Uit de begroting van 2011 blijkt dat van extra investeringen voor infrastructuur geen sprake is. Hierdoor stevent het Nederlands bedrijfsleven af op stagnatie in de goederenstroom in 2030, wat een zeer negatief effect heeft op de concurrentiekracht en welvaart van Nederland. EVO zet in op een palet aan oplossingsrichtingen die het doemscenario voorkomen. Enerzijds pleit EVO er bij de rijksoverheid en regionale overheden voor afdoende budget te reserveren om de grootste infrastructurele knelpunten op te lossen. Anderzijds ondersteunt EVO projecten die de benutting van bestaande infrastructuur verbetert. Ook dringt EVO er bij de rijksoverheid op aan de lappendeken aan beperkende regelingen voor het goederenvervoer, zoals bijvoorbeeld venstertijden en milieuzonering, te uniformeren en waar mogelijk ongedaan te maken.
In 2011 wil EVO een groot aantal gemeenten overtuigen van het nut van bevoorrading met stil materieel buiten de venstertijden. EVO zet in op werkwijze volgens het Landelijk Actie Plan, waarin het bevoorraden met stil materieel precies de juiste aandacht krijgt.